Opvallend

Hoeveel huishoudens heeft Nederland?

Je zou denken dat een huishouden gewoon een gezin is. Vader, moeder, kinderen, klaar. Maar tel je alle huishoudens in Nederland op, dan blijkt bijna de helft uit precies een persoon te bestaan. En dat aandeel groeit al jaren door.

In het kort

  • Nederland telt 8.430.352 huishoudens op 1 januari 2025 (bron: CBS).
  • 3.380.900 daarvan zijn eenpersoonshuishoudens, ruim 40 procent van het totaal.
  • Het CBS verwacht 9 miljoen huishoudens in 2034 en bijna 10 miljoen in 2070.
  • De groei komt grotendeels voor rekening van mensen die alleen wonen.

Nederland telt ruim 8,4 miljoen huishoudens

Op 1 januari 2025 stonden er in Nederland precies 8.430.352 particuliere huishoudens geregistreerd, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Een huishouden is in de definitie van het CBS een of meer personen die samen een woonruimte bewonen en samen voorzien in hun dagelijkse levensbehoeften.

Dat cijfer zegt op zichzelf nog niet zoveel. Interessanter is hoe die 8,4 miljoen huishoudens zijn opgebouwd, want daar zit de echte verschuiving.

Huishoudens naar grootte: de volledige verdeling

Van alle huishoudens in Nederland bestaat het grootste deel uit een of twee personen. Grote gezinnen zijn inmiddels de uitzondering, geen regel meer.

Type huishouden Aantal (1 jan 2025) Aandeel
Eenpersoonshuishouden 3.380.900 40,1%
Tweepersoonshuishouden 2.714.705 32,2%
Driepersoonshuishouden 974.896 11,6%
Vierpersoonshuishouden 953.582 11,3%
Vijf personen of meer 405.081 4,8%

Bron: CBS, Particuliere huishoudens naar samenstelling en grootte, 1 januari 2025.

Tel je de een- en tweepersoonshuishoudens bij elkaar op, dan kom je op ruim 72 procent van alle huishoudens in Nederland. Drie kwart van het land, in een huis met maximaal twee bewoners.

Steeds meer mensen wonen alleen

Hier zit de echte verschuiving. Rond de eeuwwisseling was een eenpersoonshuishouden nog een minderheid. Inmiddels is het bijna de norm, en het CBS verwacht dat dit aandeel de komende decennia alleen maar verder oploopt.

Uit de huishoudensprognose van het CBS blijkt dat het totaal aantal huishoudens in 2034 de grens van 9 miljoen passeert, op weg naar bijna 10 miljoen in 2070.

Jaar Totaal huishoudens Eenpersoonshuishoudens Aandeel
2025 8.430.352 3.380.900 40,1%
2030 (prognose) 8.792.765 3.653.924 41,6%
2035 (prognose) 9.033.143 3.822.427 42,3%
2070 (prognose) ± 9.970.000 ± 4.300.000 44%

Bron: CBS Prognose huishoudens 2025-2070 en de CBS-huishoudensprognose 2024-2070.

Tussen 2025 en 2035 komen er dus ruim 600.000 huishoudens bij, waarvan het overgrote deel eenpersoons is. Het CBS schrijft het zelf droog op: de groei komt grotendeels voor rekening van eenpersoonshuishoudens.

Waarom wonen steeds meer Nederlanders alleen

Drie dingen spelen hier tegelijk, aldus het CBS. Vergrijzing is de grootste. Naarmate mensen ouder worden, overlijdt op een gegeven moment de partner, en blijft een van de twee alleen achter. Met een stijgende levensverwachting duurt die fase van alleen wonen ook nog eens langer.

Daarnaast zijn er simpelweg meer scheidingen dan vroeger, en vormen jongeren later een relatie of gaan ze later samenwonen. Dat laatste hangt weer samen met de woningmarkt: je hebt eerst een woning nodig voor je kunt samenwonen, en die is lastig te vinden.

Voor de gemiddelde Nederlander betekent dit dat de kans om op enig moment alleen te wonen, van studentenkamer tot weduwschap, alleen maar groter wordt.

Van 3,5 naar 2,1 personen per huishouden

Nog een manier om dezelfde verschuiving te zien: de gemiddelde huishoudgrootte. In 1965 telde een gemiddeld Nederlands huishouden nog 3,5 personen. Inmiddels is dat gezakt naar 2,1.

Dat is geen geleidelijke daling die net begonnen is. Het is een proces van zestig jaar, gedreven door minder kinderen per gezin, latere gezinsvorming en dus, meer mensen die in hun eentje een deur achter zich dichttrekken.

Deze verschuiving verklaart ook meteen waarom het aantal gemeenten in Nederland niets zegt over hoeveel losse huishoudens er wonen. Een gemeente met een stabiel inwonertal kan alsnog jaar na jaar meer huishoudens tellen, simpelweg omdat die inwoners over meer adressen verspreid raken.

Veelgestelde vragen over huishoudens in Nederland

Hoeveel huishoudens heeft Nederland in 2025?

Nederland telt 8.430.352 huishoudens op 1 januari 2025. Dat blijkt uit cijfers van het CBS over particuliere huishoudens naar samenstelling en grootte. Ruim 40 procent daarvan is een eenpersoonshuishouden.

Hoeveel eenpersoonshuishoudens zijn er in Nederland?

Nederland telt 3.380.900 eenpersoonshuishoudens op 1 januari 2025, ofwel 40,1 procent van alle huishoudens. Dat aandeel is de afgelopen decennia gestaag gegroeid en blijft volgens het CBS ook de komende jaren stijgen.

Waarom wonen steeds meer Nederlanders alleen?

Steeds meer Nederlanders wonen alleen door een combinatie van vergrijzing, meer scheidingen en latere gezinsvorming. Ouderen blijven vaker alleen achter na het overlijden van hun partner, en jongeren vormen later een relatie of gaan later samenwonen.

Hoeveel huishoudens heeft Nederland in 2035?

Het CBS verwacht dat Nederland in 2035 ruim 9 miljoen huishoudens telt, waarvan zo’n 3,8 miljoen eenpersoonshuishoudens. Dat is een stijging van ruim 600.000 huishoudens ten opzichte van 2025.

Wat is de gemiddelde huishoudgrootte in Nederland?

De gemiddelde huishoudgrootte in Nederland is 2,1 personen. In 1965 lag dat nog op 3,5 personen per huishouden. De daling komt door minder kinderen per gezin en een groeiend aandeel eenpersoonshuishoudens.

Wat vond je van dit artikel?