Schrijf je maanden met een hoofdletter? Het korte antwoord: nee, in het Nederlands niet. Je schrijft januari, februari, maart allemaal met een kleine letter. Maar in het Engels en Duits liggen de regels anders.
In dit artikel lees je precies wanneer je maanden, dagen van de week en seizoenen wel of niet met een hoofdletter schrijft. In het Nederlands, Engels én Duits.
Schrijf je maanden met een hoofdletter in het Nederlands?
Nee. In het Nederlands schrijf je de maanden altijd met een kleine letter. Dit geldt voor alle twaalf:
januari, februari, maart, april, mei, juni, juli, augustus, september, oktober, november, december.
De reden is simpel. In het Nederlands krijgen alleen eigennamen een hoofdletter. Denk aan namen van personen, steden, landen en bedrijven. Maanden zijn geen eigennamen, maar soortnamen. Daarom: kleine letter.
Het maakt niet uit waar de maand in de zin staat. Alleen als een zin met een maand begint, gebruik je uiteraard een hoofdletter maar dat is de gewone regel voor het begin van een zin, niet een regel specifiek voor maanden.
Voorbeelden:
- We gaan in juli op vakantie.
- De deadline is 15 september.
- Februari is de kortste maand van het jaar.
- In december vieren we kerst.
Dagen van de week: hoofdletter of niet?
Ook de dagen van de week schrijf je in het Nederlands met een kleine letter:
maandag, dinsdag, woensdag, donderdag, vrijdag, zaterdag, zondag.
Net als bij de maanden geldt: het zijn soortnamen, geen eigennamen. Dus altijd een kleine letter, tenzij het woord aan het begin van een zin staat.
Voorbeelden:
- Op dinsdag gaan we naar de markt.
- De vergadering is verplaatst naar vrijdag.
- Zaterdag wordt een mooie dag.
Seizoenen met een hoofdletter?
Je raadt het al: ook de seizoenen schrijf je in het Nederlands met een kleine letter:
lente, zomer, herfst, winter.
Benieuwd wanneer het volgende seizoen precies begint? Lees dan wanneer de herfst begint.
Feestdagen: wél met een hoofdletter
Hier wijkt de regel af. Feestdagen schrijf je in het Nederlands met een hoofdletter, omdat het eigennamen zijn:
Kerstmis, Pasen, Pinksteren, Koningsdag, Hemelvaartsdag, Sinterklaas, Oud en Nieuw.
Twijfel je of Hemelvaartsdag een vrije dag is? Lees er meer over in ons artikel over of Hemelvaart een vrije dag is.
Maanden met een hoofdletter in het Engels
In het Engels schrijf je maanden wél met een hoofdletter. Dit geldt ook voor de dagen van de week en feestdagen:
Maanden: January, February, March, April, May, June, July, August, September, October, November, December.
Dagen: Monday, Tuesday, Wednesday, Thursday, Friday, Saturday, Sunday.
Feestdagen: Christmas, Easter, Independence Day, Boxing Day.
De seizoenen zijn in het Engels dan weer zonder hoofdletter: spring, summer, autumn (of fall), winter. Dat is een van de weinige overeenkomsten met het Nederlands.
Maanden met een hoofdletter in het Duits
Ook in het Duits schrijf je maanden met een hoofdletter. Sterker nog: in het Duits krijgt ieder zelfstandig naamwoord een hoofdletter. De maanden zijn dus altijd met een hoofdletter, net als de dagen van de week.
Maanden: Januar, Februar, März, April, Mai, Juni, Juli, August, September, Oktober, November, Dezember.
Dagen: Montag, Dienstag, Mittwoch, Donnerstag, Freitag, Samstag, Sonntag.
Overzicht: maanden in het Nederlands, Engels en Duits
| Nederlands | Engels | Duits |
|---|---|---|
| januari | January | Januar |
| februari | February | Februar |
| maart | March | März |
| april | April | April |
| mei | May | Mai |
| juni | June | Juni |
| juli | July | Juli |
| augustus | August | August |
| september | September | September |
| oktober | October | Oktober |
| november | November | November |
| december | December | Dezember |
Wanneer gebruik je wél een hoofdletter in het Nederlands?
Hoewel je maanden, dagen en seizoenen met een kleine letter schrijft, zijn er genoeg situaties waarin je wél een hoofdletter nodig hebt. De belangrijkste regels op een rij:
Eigennamen krijgen altijd een hoofdletter. Dat zijn namen van personen (Jan, Klaas), plaatsen (Amsterdam, Parijs), landen (Nederland, Duitsland), bedrijven (Bol, Albert Heijn) en merken.
Feestdagen schrijf je met een hoofdletter: Kerstmis, Pasen, Koningsdag.
Het begin van een zin begint altijd met een hoofdletter. Dus ook als een zin toevallig met een maand of weekdag begint.
Talen en nationaliteiten als bijvoeglijk naamwoord schrijf je met een kleine letter (de nederlandse taal), maar als zelfstandig naamwoord met een hoofdletter (het Nederlands).
Veelgemaakte fouten
Een paar valkuilen die je makkelijk kunt vermijden:
Maanden en dagen met een hoofdletter schrijven. Dit zie je steeds vaker, vooral door invloed van het Engels en door AI-tools als ChatGPT die getraind zijn op Engelse teksten. In het Nederlands is het fout.
Seizoenen met een hoofdletter. Net als maanden en dagen: kleine letter. Het is “de zomer” en niet “de Zomer.”
Feestdagen met een kleine letter. Andersom gaat het ook mis. Het is Kerstmis, niet kerstmis. Feestdagen zijn eigennamen.
Samenvatting
Even de belangrijkste regels op een rij:
In het Nederlands schrijf je maanden, dagen van de week en seizoenen met een kleine letter. Feestdagen schrijf je wél met een hoofdletter.
In het Engels schrijf je maanden, dagen en feestdagen met een hoofdletter. Seizoenen zijn met een kleine letter.
In het Duits schrijf je maanden, dagen en feestdagen met een hoofdletter net als alle andere zelfstandige naamwoorden.
Onthoud je alleen de Nederlandse regel? Dan is het simpel: maanden met een kleine letter, tenzij ze aan het begin van een zin staan.





















