Recordaantal tekenbeten in juni: je eigen tuin is gevaarlijker dan je denkt
Je hoort het vaker: pas op voor teken in het bos. Maar de werkelijke plek waar Nederlanders massaal gebeten worden? Hun eigen achtertuin. Het RIVM registreerde eind juni het hoogste aantal tekenbeten sinds de start van Tekenradar in 2022. En de hitte speelde een hoofdrol.
Meer dan 800 meldingen in een week
In week 26 (de week van 22 juni) liep het helemaal uit de hand. Van de 673 mensen die wekelijks hun tekenbeten melden via Tekenradar.nl, had 31,7 procent een beet opgelopen. Dat percentage lag nooit eerder boven de 30 procent. In totaal kwamen er die week meer dan 800 tekenbeetmeldingen binnen.
31,7%
Van de wekelijkse Tekenradar-melders had eind juni een tekenbeet, het hoogste percentage ooit gemeten
Die piek viel samen met de extreme hitte die Nederland eind juni trof. Logisch, want warmte drijft mensen de tuin in. En dat brengt ons bij het verrassende deel.
Een op de drie beten valt in je tuin
Je verwacht het bos als grootste risicoplek. Klopt deels: landelijk wordt 47 procent van alle tekenbeten in het bos opgelopen. Maar 34 procent gebeurt gewoon in de tuin. Een op de drie, dus. In sommige provincies ligt dat tuinpercentage zelfs hoger dan het bospercentage.
| Provincie | Tekenbeten in tuin | Tekenbeten in bos |
| Drenthe | 49% | 31% |
| Groningen | 47% | 33% |
| Zeeland | 44% | 35% |
| Noord-Brabant | 27% | 52% |
| Utrecht | 28% | 51% |
Dat verschil is enorm. In Drenthe en Groningen loop je meer kans op een tekenbeet in je eigen achtertuin dan tijdens een boswandeling. Vogels, egels en huisdieren zoals katten en honden brengen teken rechtstreeks je tuin in, ook midden in de stad.
2025 was al een recordjaar, 2026 wordt erger
Wie denkt dat dit een incident is: 2025 telde al 10.795 gemelde tekenbeten via Tekenradar. Dat was een stijging van 41 procent ten opzichte van 2024, de grootste toename in vijf jaar. En 2026 lag van meet af aan op een hoger niveau doordat teken door de zachte winter en warme maart eerder actief werden.
Bioloog Arnold van Vliet, verbonden aan Wageningen University, ziet een duidelijk patroon. De temperatuur lijkt heel bepalend te zijn voor het aantal tekenbeten dat wordt opgelopen. Hoe warmer het is, hoe meer mensen naar buiten gaan, en hoe actiever de teken zijn. Een dubbel effect dat je in de cijfers terugziet.
“Na een bezoek aan het groen, een tekencheck doen.”
Arnold van Vliet, bioloog Wageningen University
Hoe klein is het Lyme-risico echt?
Goed om te weten: niet elke tekenbeet is een ramp. Gemiddeld is een op de vijf teken in Nederland (20 procent) besmet met de Borrelia-bacterie die de ziekte van Lyme kan veroorzaken. Dat klinkt hoog, maar een besmette teek geeft de bacterie pas door als hij langer dan 24 uur vastzit. Snel verwijderen verkleint het risico enorm.
Toch is waakzaamheid op z’n plek. Juist omdat mensen in hun tuin minder alert zijn dan in het bos, worden tuinbeten later ontdekt. Je verwacht het simpelweg niet als je even de rozen hebt gesnoeid.
Doe de tekencheck, ook na een uurtje tuinieren
Het advies van het RIVM is simpel: controleer je hele lichaam na elke keer dat je in het groen bent geweest. Niet alleen na een dag tropische hitte in het park, maar ook na een halfuurtje onkruid wieden. Kijk vooral in de liezen, knieholtes, oksels en bij kinderen rond het hoofd.
En heb je een hond die dagelijks de tuin in gaat? Dan is een dagelijkse tekencheck bij je huisdier net zo belangrijk. Want die teek die op je hond zit, belandt uiteindelijk op de bank. Of op jou.




















